U bent hier

En zo vinden we weer een gaatje in de wetgeving

Afentoe vinden we een heel erg specifiek "gat" in de wetgeving van ventilatie. Deze keer gaat het over de relatie tussen de Belgisch Europese norm NBN EN 13779 en bijlage 6 van de EPB-richtlijn.

Volgens de EPB-richtlijn moet tabel 11 van de norm 13779 gevolgd worden voor het vastleggen van het debiet voor een niet-residentiële ruimte. Er wordt daarbij een minimale luchtkwaliteit IDA3 geëist door de EPB-richtlijn. In praktijk neemt men dan steeds 22m³/h per persoon en gaat dan de vergelijking met de tabel van de EPB-richtlijn maken (tabel 1 in bijlage 6).

Tot daar is er geen probleem. Het detail zit in de tekst in de norm die bij de tabel vermeld wordt. Die zegt immers dat er bij een afwijkende metabolismewaarde (groter dan 1,2) een ander debiet moet toegepast worden voor het minimum (die 22m³/h). Wanneer de metabolismewaarde bijvoorbeeld 1,4 is (dit kan door een hogere activiteitsgraad van de gebruikers van het gebouw), dan zouden de getallen in de tabel (van de norm) vermenigvuldigd moeten worden met 1,4/1,2 = 1,17. Op zich niet zo erg, maar die 22m³/h zou dan 25,7m³/h moeten worden per persoon.

Een echt gat in de wetgeving is dit niet. Er wordt gewoon geen melding van gemaakt in de EPB-richtlijn. Wilt dit zeggen dat er een vrije interpretatie is of mogen we als gezonde mensen ons gezond verstand aanwenden en zeggen dat we 25,7m³/h per persoon gaan toepassen in het bovenstaande voorbeeld?

Wat doe je dan als je een bestektekst tegenkomt waarin gevraagd wordt te voldoen aan de EPB-richtlijn en aan de norm waarbij tegelijk het minimale debiet van 22m³/h per persoon opgegeven wordt? Gezond verstand gebruiken! Als je 25,7m³/h per persoon toepast zal je volgens elke interpretatie voldoen. Of je de opdracht binnenhaalt is een andere vraag.

Theme by Danetsoft and Danang Probo Sayekti inspired by Maksimer